| Dit artikel verscheen op PrimaOnderwijs.nl op 27 augustus 2026 |
Na een positief inspectiebezoek vroeg directeur Thomas Hoek zijn team: “Wat doen we eigenlijk al, en waar kunnen we nog steviger op inzetten?” Het antwoord was eensgezind: burgerschap. In de twee jaren die volgden, bouwde de Eduard van Beinumschool een burgerschapsplan dat recht doet aan de ambitie van Stichting BOOR: kinderen opleiden tot de burgers van morgen. De nieuwe kerndoelen hebben de school geholpen om te checken of ze op de goede weg zijn.
De Eduard van Beinumschool is een kleine openbare basisschool en staat in de wijk Hillegersberg. Veel ouders zijn hoogopgeleid en welvarend. Daarvan bestaat een deel uit expats die na een paar jaar weer vertrekken. Ook is er een minder zichtbare groep leerlingen voor wie de thuissituatie een stuk minder stabiel is. Een gemengder beeld dan de wijk op het eerste gezicht suggereert.
Beeld: © Ministerie van OCW
Precies daarom begon de school niet bij de burgerschapsdoelen, maar bij de vraag wie hun populatie eigenlijk is en welke uitdagingen zij hebben. Het team besprak dit in meerdere werksessies. Pas daarna werden concrete doelen in het burgerschapsplan geformuleerd, de zogenoemde vijf D’s: draag je eigen verantwoordelijkheid, denk divers, durf jezelf te zijn, doe digitaal slim en deel de democratische waarden.
"De nieuwe kerndoelen gaven ons de bevestiging dat we op de goede weg zitten"
Thomas noemt die volgorde in de aanpak cruciaal: “Eerst kijken wie je leerlingen zijn, dan pas bepalen wat ze nodig hebben. Niet andersom.” De aanpak sluit naadloos aan bij de nieuwe kerndoelen voor burgerschap, die scholen meer houvast bieden bij de invulling van het leergebied. “Toen de nieuwe kerndoelen verschenen, was ons plan al klaar. Het paste wel heel goed. De nieuwe kerndoelen maken nog explicieter onderscheid in kennis, houding, vaardigheid en ervaring. Dat zit ook in onze doelen verwerkt. Het gaf ons de bevestiging dat we op de goede weg zitten.”
Filosofie als belangrijke pijler
Charlotte Magnée is kleuterleerkracht en kartrekker burgerschap. Ze stapte in toen het plan er lag en haar taak is het levend houden ervan. Een van de instrumenten die de school daarvoor inzet, is kinderfilosofie. De dialoog is daarbij een belangrijk onderdeel. Dat het burgerschapsplan werkt in de praktijk, ervaarde Thomas onlangs tijdens een lesbezoek aan groep 4. “Ik zag hoe leerlingen van zeven, acht jaar samen redeneerden over een opdracht: welk beeld is het oudste? Een kind zei rustig tegen een klasgenoot: ‘Jij denkt er anders over.’ En ging gewoon door. Niet: wie heeft er gelijk. Maar: hoe denk jij erover? Geweldig, toch?”
Beeld: © Ministerie van OCW
Charlotte Magnée en Thomas Hoek van de Eduard van Beinumschool in Rotterdam
Burgerschap in alles verweven
Burgerschap zit verder verweven in de dagelijkse omgang: hoe los je op dat je allebei op die step wil? Hoe ga je om met iemand die een andere taal spreekt? Maar ook in schoolbrede activiteiten. Zo bezochten leerlingen een kerk, een moskee en een synagoge. “De kinderen keken hun ogen uit. En anderen waren trots, want zij gingen daar zelf elke week naartoe”, vervolgt Thomas.
Om te bewaken dat het niet bij losse activiteiten blijft, werkt de school met een matrix. Per periode koppelen leerkrachten activiteiten aan de vijf D’s en reflecteren klassen op hun eigen gedrag. Ook de allerkleinsten doen mee. Charlotte: “Bij de kleuters stemmen we al. Als we een boek gaan voorlezen, legt iedereen een blokje neer. Heel eenvoudig, maar democratisch. Ze hebben allemaal een stem.”
"Burgerschap gaat over samenleven. Dat leer je niet alleen in een klaslokaal"
Draagvlak begint bij het team
Het team was van begin af aan betrokken bij het ontwikkelen van het burgerschapsplan. Dat merkt Charlotte aan het draagvlak. “Het is niet van bovenaf opgelegd. Iedereen weet waarvoor we het doen. En dat maakt het makkelijker om het ook echt vol te houden.” De kartrekkersrol is daarin onmisbaar, zegt ze. “Iemand moet de vinger aan de pols houden en regelmatig inchecken om te vragen hoe het gaat en wat het team nodig heeft.” Ze heeft daarvoor ruimte in haar week gekregen, ook al is die schaars. De school werkt met expertteams van collega’s die elk een focusgebied bewaken.
Thomas voegt toe: “Ook betrekken we ouders. De burgerschapsdoelen staan in elke nieuwsbrief. Ouders lezen welk doel centraal staat en wat we daarvoor doen. Volgend schooljaar beginnen we met dialoogtafels. Wij maken uiteindelijk de besluiten, maar we willen dat iedereen begrijpt waarom. Burgerschap gaat over samenleven. Dat leer je niet alleen in een klaslokaal.”
Beeld: © Ministerie van OCW
Dit artikel is verschenen op de website van PrimaOnderwijs.