Een nieuwe set kerndoelen, nieuwe verwachtingen, belangrijke keuzes maken: volgens hoogleraar curriculumontwerp Nienke Nieveen biedt de huidige curriculumactualisatie een uitgelezen kans om als school nóg scherper te krijgen waar je voor staat en om als team het onderwijs eigentijds en samenhangend vorm te geven voor je leerlingen.
Beeld: © Feike Faase Fotografie
Tijdens haar keynote op de OCW Dichtbij-conferentie in Eindhoven-Veldhoven nam ze het publiek mee in hoe de curriculumactualisatie richting kan geven aan de ontwikkeling van een school. Die beweging ontstaat alleen onder bepaalde voorwaarden. “Het komt eigenlijk neer op drie voorwaarden. Als we het willen, kunnen en mogen, dan begint het vliegwiel te draaien.”
Curriculum als samenhangend geheel
Wie naar het curriculum kijkt als een lijst doelen en vakinhouden, ziet volgens Nieveen maar een deel van het verhaal. “Binnen de school gaat het over aanvullende curriculumkeuzes voor het onderwijsleerproces, de materialen, toetsing, roosters en wat die keuzes betekenen voor het schoolteam en de schoolorganisatie. Je moet het hele verhaal doordenken en daarbij de brede ontwikkeling van leerlingen in het vizier houden.”
Zodra één onderdeel in het curriculum verandert, zullen andere onderdelen moeten meebewegen. Nieuwe doelen raken aan pedagogiek en didactiek, aan toetsing en aan de rol van de onderwijsprofessional. Dat doordenken vraagt om ‘curriculumbewustzijn’: zicht hebben op het grotere geheel en begrijpen hoe keuzes samenhangen en hoe je als professional ook deel uitmaakt van het geheel. “Als je dat doorziet, kun je ook veel beter onderbouwde keuzes maken die passen bij je leerlingen en je school.”
"Als je je collega’s wilt behouden voor je team, moet je perspectief bieden"
Ruimte benutten vraagt richting
De nieuwe kerndoelen geven richting, en laten tegelijkertijd ook ruimte voor schooleigen keuzes. Die ruimte is kenmerkend voor het Nederlandse onderwijs. “Scholen hebben op papier veel vrijheid om hun eigen koers te bepalen”, zegt Nieveen. “Om de ruimte daadwerkelijk te pakken is het belangrijk dat je met je schoolteam helder hebt wat je belangrijk vindt dat leerlingen leren op jouw school en wat dat betekent voor de inrichting van de onderwijspraktijk.”
In de praktijk kiezen scholen daarin verschillende routes. Sommige scholen vertrouwen grotendeels op de door hen gekozen methodes. De educatieve uitgevers maken dan veel curriculumkeuzes voor het team. Andere scholen vullen de gekozen methodes aan met eigen materialen. En er zijn teams die vanaf de basis met zelf ontwikkelde materialen werken. In alle gevallen werken deze teams aan het schooleigen curriculum. “Een hele mooie taak, maar ook een serieuze. Je moet blijven kijken of wat je doet daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van alle leerlingen.”
Samen aan de slag met het curriculum
Curriculumontwikkeling krijgt pas echt betekenis wanneer teams er gezamenlijk mee aan de slag gaan. Individuele initiatieven leveren waardevolle ideeën op maar zijn kwetsbaar. Door samen de schouders eronder te zetten en de initiatieven in te bedden ontstaat een samenhangende, duurzame verandering. “Zonder samenwerking, geen samenhang”, zegt Nieveen.
Tegelijk helpt het wanneer collega’s binnen de school het proces actief vooruithelpen. “Het helpt als er mensen zijn die hier goed in zijn. Die het curriculum overzien, het team daarin meenemen en successen op korte termijn creëren als aanjager.” Het helpt als naast de schoolleiding ook een aantal leerkrachten en docenten deze rol kunnen pakken binnen de school.
"Zonder samenwerking, geen samenhang"
Ondersteunende schoolorganisatie
Voor curriculumontwikkeling is gezamenlijke tijd nodig: momenten om je samen te oriënteren en betekenis te verlenen aan de nieuwe kerndoelen, om na te gaan wat in de verschillende leerjaren gebeurt, om te (her)ontwerpen, om af te stemmen en te evalueren. Scholen die hierin investeren, verankeren dat bewust in hun organisatie.
Samen werken aan het curriculum raakt dus direct aan hoe scholen hun mensen inzetten en ontwikkelen. “Als je je collega’s wilt behouden voor je team, moet je perspectief bieden”, zegt Nieveen. “Denk aan het bieden van verschillende rollen binnen de school. Lesgeven blijft de basis, maar daarnaast kunnen aanvullende verantwoordelijkheden ontstaan, zoals het coachen of begeleiden van collega’s, maar ook het leiding geven aan curriculumontwikkeling binnen de school.”
Dat vraagt om gerichte keuzes. Het begint bij schoolleiders die ruimte creëren voor professionele ontwikkeling en deze rollen een duidelijke plek geven in de organisatie. Nieveen: “Zo raakt schooleigen curriculumontwikkeling ook het strategisch HRM-beleid: het verbinden van de ontwikkeling van mensen aan de koers van de school.”
Willen, kunnen en mogen
Wat daarvoor nodig is, vat Nieveen samen in drie voorwaarden: willen, kunnen en mogen. ‘Willen’ gaat over richting en gedeelde ambitie: wat willen we als team? Wat vinden we belangrijk om aan te pakken? ‘Kunnen’ heeft te maken met de benodigde kennis en vaardigheden: kunnen we onze ambities waar maken? Hebben we voldoende curriculumexpertise in huis? ‘Mogen’ draait om de condities die een organisatie creëert om hiermee aan de slag te gaan: hebben we een ontwerpcultuur? Is er gezamenlijke tijd?
In de praktijk blijkt dat het proces van schoolontwikkeling stokt zodra er iets schort aan één van deze drie elementen. “Er zijn scholen die veel kunnen en ook de mogelijkheden hebben, maar nog niet scherp hebben wat ze willen. Of teams die wel weten wat ze willen, en de expertise in huis hebben, maar beperking ervaren in tijd of organisatie.”
"Curriculumontwikkeling is nou eenmaal geen quick fix"
Beeld: © Nienke Nieveen
Nieveen, 2027
Eerst begrijpen wat er speelt
In haar keynote gebruikte ze het Concern-Based Adoption Model als hulpmiddel om het proces van schoolontwikkeling te begrijpen. Dat model laat zien dat teams verschillende fasen doorlopen bij verandering, zoals in het geval van curriculumactualisatie.
In de eerste fase staan individuele vragen centraal: wat betekent de actualisatie voor mij, mijn leerjaar of vak, mijn team? Daarna verschuift de aandacht naar de uitvoering: wat vinden we belangrijk en hoe gaan we dat als team aanpakken? In een latere fase ontstaat ruimte om andere teams te helpen bij hun curriculumvragen.
Wanneer teams die eerste oriënterende fase overslaan en meteen gaan ontwerpen, ontstaan er verschillende beelden naast elkaar. Wat voor de één logisch voelt, roept bij een ander nog vragen op. Dan ontbreekt een gedeelde basis. “Neem de tijd om samen betekenis te geven. Anders ga je langs elkaar heen werken.”
"Neem de tijd om samen betekenis te geven"
Maatwerk in plaats van standaardaanpak
“Curriculumontwikkeling is nou eenmaal geen quick fix en al zeker geen one size fits all. Elke context vraagt om een eigen tempo en eigen keuzes”, besluit Nieveen haar verhaal. “Maar als er een gedeelde richting is (willen), kennis en expertise aanwezig zijn (kunnen) en voldoende ruimte om er tijd aan te besteden (mogen), dan gaat het vliegen.” Samenwerking opzoeken met andere scholen kan daarbij helpen. “Scholen kunnen veel van elkaar leren en voortbouwen op wat er al is. Zo hoef je als school niet zelf het wiel uit te vinden om het vliegwiel op gang te brengen.”
Nienke Nieveen doet onderzoek naar schooleigen curriculumontwikkeling, curriculumexpertise van schoolteams en wat dit vraagt van diverse betrokkenen binnen de school. Dit doet zij vanuit haar positie als hoogleraar Curriculumontwerp aan de TU Eindhoven. Ook is ze een van de auteurs van “Op weg naar eigentijds onderwijs, Curriculumherziening in Nederland” en auteur van “Schooleigen curriculumontwikkeling en voorwaarden voor succes”.