Dit artikel verscheen op PrimaOnderwijs.nl op 22 mei 2026

De vernieuwing van de kerndoelen is voor veel scholen een moment van herbezinning: sluiten doelen, inhoud en aanpak nog aan bij wat leerlingen nodig hebben? Ze krijgen daarmee de kans om te werken aan een toekomstbestendig curriculum. Wat verandert er, waar begin je en hoe pak je dat aan?  

Beeld: © Ministerie van OCW

De invoering van de nieuwe kerndoelen in het po, onderbouw vo en (v)so verloopt gefaseerd. Scholen krijgen tot 2031 de tijd om de kerndoelen volledig te vertalen naar hun eigen curriculum. “Dat geeft ruimte om aan te sluiten bij wat er al speelt, gerichte keuzes te maken en het gesprek in het team te voeren”, zegt Charlotte van Voorden, Teamleider Curriculumimplementatie bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). 

Gebruik die tijd om bewust te kijken naar je onderwijs, is het advies van het ministerie. “Wat vind je belangrijk dat leerlingen leren? En hoe zorg je dat dat samenhangend terugkomt?”

Van abstract naar concreet en samenhangend

De kerndoelen waren in veel gevallen twintig jaar oud en sloten niet altijd meer aan op wat leerlingen nodig hebben voor vervolgonderwijs en samenleving. Ook de examenprogramma’s voor de bovenbouw van het vo worden herzien. De vernieuwing van het curriculum raakt dan ook het hele onderwijsprogramma.

Waar de oude kerndoelen abstract waren, zijn ze nu concreter gemaakt. Charlotte schetst het verschil: “Voorheen stond er bijvoorbeeld: leerlingen leren optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Dat is vrij algemeen. Nu is dat uitgewerkt in doelen en subdoelen, dus wat leerlingen precies moeten kunnen, zoals rekenen met verhoudingen, breuken en decimale getallen.”

Die uitwerking geeft richting en laat de professionele ruimte van scholen intact. “Het wat is duidelijker geworden, het hoe blijft aan de school.”

Daarnaast is er meer aandacht voor samenhang binnen en tussen de leergebieden. Taal en rekenen lopen door meerdere leergebieden heen. Burgerschap en digitale geletterdheid krijgen als nieuwe leergebieden een plek in het geheel.

Geen blauwdruk, wel richting

Vanaf 2026 kunnen scholen aan de slag met de nieuwe kerndoelen. De invoering gebeurt gefaseerd en biedt ruimte om keuzes te maken in tempo en aanpak. “Je hoeft niet alles tegelijk te doen”, zegt Charlotte. “Begin waar het logisch is voor jouw school.”

Je kunt als school bijvoorbeeld starten met rekenen, omdat daarvoor al een ontwikkeltraject loopt. Of bij burgerschap, omdat daar nog veel te ontwikkelen is. Sommige scholen beginnen met een bepaald leerjaar, andere met één leergebied.

Voor veel scholen is de vraag: hoe pakken we de invoering aan? Charlotte: “Het startpunt is het gesprek binnen het team. Wat betekenen de nieuwe kerndoelen voor de school? Wat doen we al? Waar liggen kansen om te versterken of aan te sluiten?”

De kerndoelen zijn daarbij geen eindpunt, maar een hulpmiddel om het onderwijs scherper vorm te geven. “Zie het als een kans om opnieuw naar je onderwijs te kijken. Wat willen we dat onze leerlingen leren? Waar leggen we de nadruk? En hoe zorgen we dat dat terugkomt in alles wat we doen?” 

Een gezamenlijke opgave

Het vernieuwen van het curriculum vraagt om samenwerking binnen de hele schoolorganisatie. De schoolleider heeft een belangrijke rol in het organiseren van tijd en ruimte en het starten van het gesprek over het curriculum binnen de school. Leraren vertalen de kerndoelen naar de praktijk in de klas. Schoolbesturen faciliteren en stimuleren en kunnen scholen met elkaar verbinden.

Ook buiten de school wordt ondersteuning georganiseerd. Het ministerie van OCW werkt samen met partijen als SLO, sectorraden en vak- en beroepsverenigingen. Zij bieden informatie en ondersteuning. “Het is een gezamenlijke opgave”, zegt Charlotte. “We trekken hierin echt samen op met het onderwijs.”

Aanpassing leermiddelen en toetsing

De nieuwe kerndoelen hebben ook gevolgen voor leermiddelen en toetsing. Lesmethodes worden de komende jaren aangepast, in lijn met de gefaseerde invoering.

Charlotte benadrukt dat leermiddelen ondersteunend zijn en ruimte laten voor eigen keuzes. “Begin bij wat je wilt bereiken en kies daar passende middelen bij.” Ook toetsen bewegen mee. Scholen herzien hun eigen toetsen en landelijke toetsen worden aangepast. Dit gebeurt stapsgewijs, zodat onderwijs en toetsing goed op elkaar blijven aansluiten.

Beeld: © Ministerie van OCW

Toezicht met ruimte voor ontwikkeling

Tot 2031 houdt de inspectie rekening met de overgangsfase. Scholen mogen werken met huidige of nieuwe kerndoelen, afhankelijk van de fase waar ze in zitten. 

De inspectie gaat in deze periode met scholen in gesprek over hoe zij werken aan curriculumvernieuwing en biedt ondersteuning: waar staat de school en wat is nodig om verder te komen? Dat biedt ruimte om te ontwikkelen en te leren.

Een kans om het beter te doen

De vernieuwing van de kerndoelen vraagt tijd en aandacht. Maar het biedt ook een kans om je onderwijs (nog) sterker en samenhangender te maken. Scholen krijgen meer richting in wat leerlingen moeten leren en ruimte om daar zelf invulling aan te geven. 

“De kerndoelen kunnen je helpen om bewuster keuzes te maken in wat je doet en waarom en je onderwijs toekomstbestendig te maken. Zo ontstaat onderwijs dat beter aansluit bij wat jouw leerlingen nodig hebben”, besluit Charlotte. 

Aan de slag met curriculumvernieuwing

Het ministerie van OCW zorgt dat besturen, schoolleiders, leraren en schoolteams informatie en ondersteuning krijgen bij de invoering van het nieuwe curriculum. Het ondersteuningsaanbod is volop in ontwikkeling. 

Check om het overzicht van het aanbod wat nu al beschikbaar is.

Dit artikel is verschenen op de website van PrimaOnderwijs