| Dit artikel verscheen op PrimaOnderwijs.nl op 6 januari 2026 |
Wanneer je de kleuterklassen van de Groen van Prinstererschool in Voorburg binnenstapt, valt je meteen iets op: kinderen bouwen een fietsenwinkel, ontwerpen prijslijsten of stemmen over de naam van hun pizzeria. Spel is hier geen pauze-moment, maar het kloppend hart van het leren. Kleuterleerkracht en coördinator jonge kind Maud Rutjens vertelt wat dit vraagt van het vakmanschap van de leerkrachten, en ook wat het oplevert.
Beeld: © Groen van Prinstererschool
Op de Groen van Prinstererschool zijn talentontwikkeling, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid belangrijke pijlers. In die visie heeft het jonge kind een stevige plek. 'Als je kinderen een goede start wilt geven met basisvaardigheden, moet je zorgen voor betrokkenheid, plezier en betekenisvol leren. Daar leg je in groep 1 en 2 de basis voor', aldus Maud.
De zoektocht naar een visie op het jonge kind
Na een aantal jaren op Curaçao gewoond te hebben, merkte Maud dat haar kennis over kleuteronderwijs toe was aan verdieping. De pabo bood destijds weinig specifiek over het jonge kind, en op verschillende scholen miste ze een duidelijke visie.
Ze zag dat:
- spel onvoldoende werd benut om taal en rekenen te versterken;
- de overgang naar groep 3 te groot was;
- kinderen weinig eigenaarschap hadden.
Daarom volgde ze de Master Educational Needs met modules gericht op het jonge kind en een nascholing van Tessel van der Linde. 'Ik vroeg me af: wat vind ík goed kleuteronderwijs? Hoe ziet betekenisvol leren eruit? Toen vielen alle puzzelstukjes in elkaar.' De school ging voor een aanpak waarin kinderen mede-eigenaar zijn van de thema’s. Hoekenspel is daarbij leidend en activiteiten zijn binnen dat spel functioneel. Twee jaar werkte het team intensief aan deze omslag. 'Je moet dingen loslaten, opnieuw leren kijken. Maar toen het eenmaal klikte, werd het een tweede natuur.'
Kinderen bouwen de thema’s op
Elk thema ontstaat vanuit een probleemstelling: een kapotte fiets, een brief of iets onverwachts in de klas. Kinderen verkennen eerst samen het probleem en verzamelen ideeën. Daarna bepalen ze wat er nodig is voor het spel. Vervolgens werken ze aan de opbouw van de hoeken en richten ze de speelleer-omgeving in, passend bij het thema.
Het resultaat is betekenisvol spel waarin verschillende ontwikkelgebieden op een natuurlijke manier samenkomen. Terwijl kinderen woordkaartjes schrijven of een poster ontwerpen, werken ze ongemerkt aan taal. Bij het bedenken van prijzen, het tellen van producten of het afrekenen in de winkel zijn ze met rekenen bezig. In het spel overleggen en stemmen ze samen over keuzes, waardoor burgerschap zichtbaar wordt.
Beeld: © Groen van Prinstererschool
'Kinderen hebben niet door dat ze aan het leren zijn', vertelt Maud. 'Ze zijn zó betrokken dat het leren vanzelf ontstaat.' Ook ouders doen mee. Zij helpen materialen verzamelen via ‘meeneemlijsten’ en worden onderdeel van het proces. 'Voor onze pizzeria kwamen ouders met stapels pizzadozen binnen. Voor onze garage brachten ze auto-onderdelen. Het vergroot de betrokkenheid enorm.'
Een soepele overgang
De overgang naar groep 3 bleek in het verleden groot. Daarom werkt de school nu met een doorlopende lijn waarin ook groep 3 thematisch en spelgericht werkt, vooral in de middagen en in circuitvorm. 'Kinderen herkennen de manier van werken', zegt Maud. 'Ze blijven spelend leren, maar nemen wel de schoolse stappen die nodig zijn. Daardoor voelt groep 3 minder als een breuk.' Ook onderlinge samenwerking blijft belangrijk. De directie ondersteunt deze manier van werken actief, wat volgens Maud essentieel is: als de schoolleiding de visie begrijpt en uitdraagt, durft een team te vernieuwen. Leerkrachten bereiden hun thema’s samen voor, kijken bij elkaar in de klas en bespreken wat werkt.
Vakmanschap vraagt voortdurende ontwikkeling
Voor Maud is vakmanschap iets wat voortdurend in beweging is. 'Je moet blijven lezen, trainingen volgen, reflecteren. Je kunt niet leunen op wat je tien jaar geleden hebt geleerd.' Recent volgde het team bijvoorbeeld een nascholing over motoriek. 'We wisten weer: kruipen, rollen en kruislings bewegen zijn belangrijk voor de ontwikkeling van het brein en daarmee voor leren lezen. Als kleuterleerkracht moet je die kennis paraat hebben.'
Materiaal als derde pedagoog
Thematisch en spelgericht werken vraagt om rijke materialen. De school heeft daarom een jaarlijks, ruim budget voor ontwikkelings- en themamateriaal. 'Kleuteronderwijs is vaak het ondergeschoven kindje in budgettering. Maar materiaal ís ons curriculum. Als je wilt dat kinderen betekenisvol spelen en leren, moet die omgeving tiptop zijn', zegt Maud. 'Het effect is zichtbaar: betrokken kinderen, enthousiaste ouders, gemotiveerde leerkrachten. En vooral: een stevige basis voor de verdere schoolloopbaan. Spel is de natuurlijke manier waarop kinderen leren. Als je dat serieus neemt, komt alles samen: welzijn, ontwikkeling en basisvaardigheden.'
Beeld: © Groen van Prinstererschool
Marije den Dulk is werkzaam bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap als onderwijscoördinator. Vanuit het Masterplan basisvaardigheden ondersteunt zij scholen tijdens de activiteitenperiode van de subsidieregeling Verbetering basisvaardigheden. 'In groep 1 en 2 leg je het fundament voor taal, rekenen, burgerschap en digitale geletterdheid. Inspirerend om te zien hoe serieus de Groen van Prinstererschool dit neemt. Hun visie is evidenceinformed opgebouwd en het vakmanschap van kleuterleerkrachten wordt doelgericht versterkt. De schoolleider speelt daarin een sleutelrol: zij creëert tijd, ruimte en vertrouwen om te professionaliseren. Dat is precies wat het Masterplan basisvaardigheden wil stimuleren. Ook de overgang naar groep 3 vind ik sterk. Een zachte landing voorkomt leerverlies. Door spel en thematisch werken door te trekken, blijven kinderen betrokken en leren ze beter.'
Dit artikel is verschenen op de website van PrimaOnderwijs